Metafoor Vuur

Toen hij die ochtend wakker werd, zat de dinosaurus er nog steeds. Hij pakte zijn knuppel en mepte hem neer voor de lunch. Het leven was goed voor deze holbewoner. Er was eten genoeg.

Maar alles veranderde de dag dat Jan Vuur zijn hol binnenstapte en opgewonden, struikelend over zijn woorden, vertelde dat hij iets geweldigs had uitgevonden!
Iets met twee keitjes en een pluk droog gras dat vlamde en warm werd. Vuur zei dat hij er nog geen naam voor had, maar het gaf een lekker gevoel in je botten als je dicht in de buurt bleef en dat het als licht scheen in de duisternis.
Vuur was er vol van, maar voor de holbewoner hoefde het niet. Het zag er reuze gevaarlijk uit en voor je het wist was al het gras platgebrand.  Hij zag de vonk van Vuur niet en hun relatie bekoelde!

Verandering is niet te vermijden. Elke dag komt wel een nieuwe Vuur ons hol binnenstappen, knetterend van enthousiasme omdat hij nog iets beters heeft gevonden dan gisteren. Groei is elke dag kiezen. Als we goed kiezen zitten we morgen lekkerder dan vandaag.
Als we nooit hadden gekozen renden we nu nog als knuppels door de vrieskou op zoek naar dinosauruslappen.'